Opent in een nieuw tabblad

Shell: 135 jaar beursgenoteerd

9 juli 2025

Op 9 juli 1890, vandaag precies 135 jaar geleden, komt er een klein en nog onbekend fonds naar de Amsterdamse beurs: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië. Het gaat om een startup die kort daarvoor, op 16 juni 1890, is opgericht en later beter bekend is geworden als Koninklijke Olie. Tegenwoordig kennen we dit bedrijf natuurlijk allemaal als het bekende hoofdfonds Shell.

Het bedrag van de beursgang is zeker voor deze huidige multinational erg bescheiden te noemen: 1,3 miljoen gulden om precies te zijn. Ter vergelijking: de VOC haalde in 1602 al 6,5 miljoen gulden op bij haar beursgang. Het bedrag van 1,3 miljoen gulden is verdeeld in 1300 aandelen van ieder 1000 gulden, waarvan er 1100 vrij verhandelbaar zijn. De beursgang is een succes en wordt 4,5 keer overtekend. Toch is het koersverloop de eerste jaren teleurstellend. In 1892 zakt de koers – toen nog uitgedrukt in procenten van de nominale waarde – op een gegeven moment zelfs tot 28 procent.

De exploitatie van petroleumbronnen in Nederlands-Indië blijkt in het begin nog erg onzeker. De techniek hapert regelmatig en ook blijken concessies niet altijd waterdicht. Na het overwinnen van deze ‘kinderziektes’ en vooral na de ontdekking van een belangrijke oliebron in 1899 begint het succesverhaal voor het nieuwe beursfonds geleidelijk. En ogenschijnlijk zijn de verwachtingen na die vondst al zo hoog dat Koninklijke Olie kort daarna al een vijandelijke overname door het Amerikaanse Standard Oil (Esso) van John D. Rockefeller moet weerstaan.

De beursgang van Koninklijke Olie in 1890 maakt onderdeel uit van de zogenoemde Tweede Gouden Eeuw van de Amsterdamse beurs. Dat is een ontwikkelingsfase die zich vanaf het laatste kwart van de Negentiende eeuw aandient. Onder invloed van de verlate industriële revolutie bloeit de economie in Nederland – na moeilijke tijden – sterk op en zien we de opkomst van het binnenlandse bedrijfsleven. Dit wordt nog eens versterkt door de afschaffing van het cultuurstelsel in Nederlands-Indië, waardoor er ook daar meer ruimte ontstaat voor particulier initiatief.

Door de toenemende binnenlandse vraag naar kapitaal die hier het gevolg van is ontwikkelt de Amsterdamse beurs – die van oorsprong bekend stond als financier van het buitenland – zich geleidelijk tot financier van Nederland. Dit is de periode waarin bijvoorbeeld ook vroege rechtsvoorgangers van Heineken en ABN AMRO naar de Amsterdamse beurs komen. Gevolg is dat tussen 1865 en 1900 het aantal beursfondsen in Amsterdam ruim acht keer over de kop gaat (van ongeveer 115 tot ruim 1000). Daaronder ook veel Nederlandsch-Indische fondsen, waarvan Shell natuurlijk het bekendste is geworden.

Koninklijke Olie doet in die beginfase nog vaker een beroep op de Amsterdamse beurs. Tussen 1892 en 1907 – het jaar dat ze een innige samenwerking aangaat met de Britse branchegenoot Shell Transport & Trading – komt het nog tot tien aanvullende emissies, die samen goed zijn voor bijna 40 miljoen gulden. Later wordt er nog veel meer geld opgehaald op Beursplein 5. Mede dankzij de Amsterdamse beurs groeit het Brits-Nederlandse Shell daarmee geleidelijk uit van de startup uit 1890 tot de wereldspeler en één van de grootste beursfondsen in Amsterdam die het na 135 jaar nog altijd is. Belangrijke kanttekening daarbij is wel dat velen het nog altijd betreuren dat de onderneming ondertussen volledig Brits is geworden en het hoofdkantoor in 2022 van Den Haag – daar waar het in 1890 allemaal is begonnen – is verhuisd naar Londen.